groep 5/6
Jannette Zantingh, Elaine Kuik

Informatie groep 5 en 6.   

We werken veel met chrome books. Elk kind heeft voor de verwerking van o.a. taal, rekenen, spelling een eigen chrome book en is daar verantwoordelijk voor.
Er wordt gewerkt met de methode Snappet. De uitleg wordt door de leerkracht gegeven en de verwerking van taal/spelling/rekenen vindt plaats via snappet op het chrome book.
De kinderen werken meestal met een weektaak (soms met dagtaken). Hierop staat wat er in de week gebeuren moet en waar de kinderen aan willen en kunnen werken. Ze maken zelf een indeling waar ze mee willen beginnen. Ook geven ze aan of het doel behaald is. De weektaak start op donderdag.

Vakken waar we veel tijd aanbesteden:

 Lezen:
We hebben elke ochtend het eerste half uur lezen. Afhankelijk van het niveau is dat:
*drie keer per week connecten. Dit is een vorm van lezen die onder begeleiding van een leerkracht staat. Hierbij wordt verwacht dat de ouders ook thuis actief oefenen.
*drie keer per week Estafette lezen in kleine groepjes met hulp van de leerkracht en     hulpouders. Dan worden  leesstrategieën -en per categorie de woorden geoefend.
*lezen in het bibliotheekboek om leeskilometers te maken.


Begrijpend lezen wordt geoefend met Nieuwsbegrip.
Elke week staat er een actueel thema centraal, wordt de leestekst besproken en komen er doelen van begrijpend lezen aan de orde: samenvatten, verwijswoorden, signaalwoorden, verbindingswoorden, opbouw van de tekst, weet/verhaalteksten. Omdat dit een “lastig” vak is doen we veel voor, we denken daarbij hardop.  Dat heet modelen.
Bij de les horen vragen die afhankelijk van het niveau samen of met de leerkracht gemaakt worden. Na elke week gaat dit mee naar huis zodat u er thuis op terug kunt komen.

Taal/spelling:
Vier keer per week een taalles. In elke taalles staat een ander doel centraal zoals: woordenschat, doe-woorden(werkwoorden), naamwoorden( zefstandige naamwoorden), verschillende soorten teksten( weet, verhaal, strip), tegenwoordige tijd/verleden tijd, gesprekken, interpunctie.
Bij spelling worden de spellingregels aangeleerd en toegepast. Enkele regels zijn: voorvoegsels( be-. ge-. ver-), achtervoegsels –ig,- heid, - lijk), woorden eindigen op een –d of –t, samengestelde woorden( handdoek), “c” ( narcis, contact). Spelling bestaat uit een flitsles en een werkles.
Om de regels goed toe te passen krijgt u bijna elke week een mail thuis met de nieuwe bloon. Dit oefenen de kinderen ook op school. Op woensdag is het dictee en na elk blok is er  een controle dictee. De kinderen bedenken  voor elk dictee hoeveel woorden ze goed zouden gaan schrijven, in de grafiek zetten ze een streepje daarna houden ze in een grafiek bij hoeveel woorden er goed geschreven zijn. Zo willen we de betrokkenheid, verantwoordelijkheid en het inzicht in eigen kunnen vergroten.

Rekenen:
Elke dag wordt er gerekend. We hebben instructie lessen waar alle leerlingen aan mee doen, uitleg-lessen als de stof nog niet helemaal duidelijk is. De verwerking is aangepast aan het niveau van de leerling.

De tafels kennen is erg belangrijk.
Aan de orde komen alle typen optellen en aftrekken ,de getallen gaan in groep 5 tot 1000 en in groep 6 tot 10.000, delen en  vermenigvuldigen van grotere getallen (6x14=6x10+6x4=   96:6=), klokkijken( analoog en digitaal), kalender, geld, omtrek, gewichten, lengte + omzetten van ene maat in de andere( meter in bijv. cm), inhoud + omrekenen inhoudsmaten, verhoudingsproblemen oplossen ,lijn- staafgrafieken
Kinderen die rekenen lastig vinden krijgen rekenhuiswerk van het blok mee naar huis.

Schrijven:
Het vlot schrijven van teksten wordt geoefend, hoofdletters en leestekens zijn belangrijk. We gebruiken de methode: Schrijven in de basisschool.
De volgende vakken doen we met groep 5 en 6 tegelijk.

Aardrijkskunde:
 En blijven hoofdzakelijk in Nederland. Onderwerpen zijn: De weg in Nederland, raakt de regen nooit op/ vechten tegen het water, wat komt er van het land, buizen en kabels, stad/platteland, het waddengebied.
In groep 6 krijgen de kinderen de topo van Nederland. Elke provincie komt aan de beurt. Op school werken we eraan, thuis leren voor de topo toets. Heeft u iets wat bij de provincie past dan willen we dat graag op school laten zien.

Geschiedenis:
We werken met de methode: Bij de tijd. We werken eraan om het historisch besef te vergroten, dit gebeurt door  10 tijdvakken uit de geschiedenis te behandelen bijv.( tijd van: - de jagers en boeren, -Grieken en Romeinen, -burgers en stoommachines, -televisie en computer. Deze tijdlijn, die in de klas hangt, wordt in de loop van het jaar “gevuld”.
Soms hebben de vakken geschiedenis, aardrijkskunde, natuur etc. veel raakvlakken zodat ze gecombineerd worden.

Natuur:
Hiervoor gebruiken we school tv. En zaken die door de kinderen mee genomen worden.
 
ROE
ROE houdt in dat je met de klas een afspraak maakt, waaraan de kinderen zelf willen werken om bijv. het lesgeveven beter te laten verlopen. Er worden duidelijke afspraken/regels gemaakt waar iedereen zich aan moet houden.  Dit  gaan we met de kinderen 3 keer per week oefenen en na elke keer oefenen gaan we deze afspraak evalueren. De resultaten zijn meetbaar en worden in een grafiek bijgehouden.
 


Gym:
Op maandag(meestal toestellen) en donderdag( spel) is er gym. Op donderdag mogen groepjes kinderen les geven. Dat gebeurt dan in drie vakken en is doorgesproken met de leerkracht.

Muziek:
In groep 5/6 wordt de muziek gegeven door de stichting hafabra. Regelmatig komen er op vrijdag muziek docenten op school. Zij laten de kinderen kennismaken met verschillende ( blaas-, toets-, strijk-) instrumenten. Ook wordt de zang niet vergeten

HVO/GVO:
De kinderen hebben aan het eind van het schooljaar een keuze gemaakt voor HVO of GVO en volgen deze lessen drie kwartier in de week.

Verkeer:
We maken gebruik van de methode van Veilig verkeer Nederland. Op voeten en fietsen. De boekjes die hierbij gebruikt worden verzamelen we in een map.

Spreekbeurt en boekbespreking:
Na enkele weken starten we met deze activiteit. Het belangrijkste is dat het kind voor de klas iets durft te vertellen en dat de andere kinderen het kunnen volgen. De kinderen bereiden dit thuis voor( ze kunnen daarbij een voorbereidingsformulier gebruiken).Gebruik een onderwerp of boek dat dicht bij het kind ligt.  De indeling wordt in de klas gemaakt.
 
De groep heeft een klassenouder( dit jaar is het de moeder van Jasper en Marijn) die voor de leerkracht een aantal zaken met ouders kan kortsluiten, bijv. regelen van vervoer.
In het begin van het jaar zijn er start gesprekken. Hierbij is het wenselijk dat het kind erbij aanwezig is. Tenslotte willen wij allemaal graag dat het met kind goed gaat.
Er zijn twee cito momenten. Deze gegevens worden met het kind en u doorgesproken. Hierbij nemen we ook de snappet gegevens mee. Hoe werkt het kind in de klas, waar heeft het moeite mee en wat zou er eventueel aangepast moeten worden.
Hierbij horen ook de rapporten.
Eten en drinken doen we na de pauze( 10.15 uur)  en voor de middagpauze (12.00 uur). Om 10.15 uur mogen de jarige kinderen de kinderen trakteren. Daarvoor gaan ze bij de leerkrachten langs.
De kinderen zijn zelf verantwoordelijk voor de tas, gymkleren, mee gebrachte spullen etc.
Tijdens het eten om 10.15 is er ruimte om meegebracht spullen te laten zien en er over te vertellen. Wij vinden het fijn dat kinderen les-gerelateerde spullen meenemen.( dus oefenen een provincie, of hebben we het over de kinderboeken-week dan zaken die daarbij horen.
Heeft u vragen of zijn er onduidelijkheden dan willen wij die graag horen. Kom er mee. Na schooltijd is
er meestal wel tijd en anders maken we even een afspraak.

Tenslotte willen wij allemaal het beste voor uw kind
<< Terug>>